Al met al slechts een kleine verslechtering van de PMI in de afgelopen negentien maanden

De PMI-hoofdindex steeg van 49.3 in februari naar 49.7 in april. Dit is net onder de geen-veranderingsgrens van 50.0 en wijst op slechts een kleine verslechtering van de bedrijfsomstandigheden, de kleinste in de huidige periode van krimp van negentien maanden. – Redactioneel commentaar van David Kemps, Sector Banker Manufacturing ABN AMRO

“De lente hangt in de lucht. Voor het eerst sinds 20 maanden groeit het aantal nieuwe orders voor de industrie. Respondenten van de Nevi Inkoopmanagersindex van de Nederlandse industrie geven aan dat deels door nieuwe (Europese) projecten en het verbeterde economische klimaat de vraag naar industriële producten is gestegen. De Nevi Inkoopmanagersindex voor de Nederlandse industrie stijgt hierdoor van 49.3 in februari naar 49.7 in maart 2024. De score is nog maar een fractie lager dan de ‘neutrale score’ 50 en duidt daarmee op een zeer licht afnemende bedrijvigheid.

Wat vooral opvalt is het grote vertrouwen van de fabrikanten. Ondanks de oorlogen, de aanhoudende geopolitieke spanningen en de beperkte daadkracht van een demissionair kabinet, verwachten de fabrikanten een groeiende bedrijvigheid in de industrie. De score van 65.9 op de subindex Toekomstige Productie illustreert het grote optimisme van de industriële ondernemers in geplande uitbreidings- en vervangingsinvesteringen in productiemiddelen, nieuwe projecten en groeivoorspellingen van belangrijke afnemers. Het vertrouwen in de toekomst en de toename van nieuwe orders komt ook tot uiting in de personeelscijfers. In de tweede maand op rij is er een aanwas van nieuw personeel en zijn veel openstaande vacatures ingevuld.

De oorzaak dat de Nevi Inkoopmanagersindex van de Nederlandse industrie nog niet door de neutrale score van 50 breekt, ligt vooral aan de hoge voorraadniveaus van zowel grondstoffen als halffabricaten. Dit is echter tijdelijk van aard en ABN AMRO verwacht dan ook een langzaam herstel naar een score boven de 50 vanaf het tweede kwartaal.”