Groeitempo Nederlandse industrie verder omlaag

De Nevi Inkoopmanagersindex voor de Nederlandse industrie is verder gedaald, van 55,9 in juni naar 54,5 in juli, de laagste score in twintig maanden. – Redactioneel commentaar van Albert Jan Swart, sectoreconoom industrie bij ABN AMRO

De groeivertraging van de Nederlandse industrie lijkt vooral te worden veroorzaakt door vertragende groei van de vraag vanuit het buitenland. De index voor de nieuwe exportorders noteert 50,4, wat betekent dat de internationale vraag naar Nederlandse industriële producten nauwelijks meer toeneemt. Uit voorlopige cijfers van S&P Global blijkt dat de industriële productie in de eurozone in juli is gedaald, vooral in Duitsland, Nederlands grootste handelspartner.

Behalve het negatieve internationale beeld wijzen ook verscheidene andere indicatoren erop dat de situatie verder kan verslechteren. De orderportefeuilles zijn in juli nauwelijks nog gegroeid. De voorraden gereed product zijn juist sterk gestegen; maar liefst 21 procent van de ondervraagde bedrijven zagen deze toenemen. Dit zijn duidelijke tekenen van zwakkere vraag, ook omdat toeleveringsketens nog steeds ontregeld zijn en de productie remmen. Indien de vraag naar industriële goederen de komende maanden afneemt en toeleveringsketens verder herstellen, kunnen orderportefeuilles gaan krimpen. Gelukkig hebben veel ondernemingen sinds eind 2020 een flinke portefeuille openstaande orders opgebouwd, met name producenten van kapitaalgoederen.

Hoewel het herstel van toeleveringsketens en de grote orderportefeuilles kunnen helpen de productie op peil te houden, nemen de risico’s duidelijk toe. De energiecrisis veroorzaakt nog altijd hoge inflatie, die gevolgen heeft voor de vraag. Bovendien kan de industriesector bij een tekort aan aardgas op rantsoen worden gezet, met name in Duitsland, wat toeleveringsketens opnieuw zou ontregelen en de vraag verder kan doen afnemen.”