Innovatie in de zorg vraagt om anders denken én doen!

Dit artikel geeft een beschrijving hoe zorgorganisaties systematisch kunnen werken aan het verbeteren van hun innovatievermogen. Dit vanuit de fasen van richten, inrichten en verrichten. Lees hieronder verder.

De toegankelijkheid, betaalbaarheid en kwaliteit van de gezondheidszorg staat onder druk. Zo neemt de vraag naar zorg de komende jaren niet alleen toe, maar wordt de zorg ook complexer. Tegelijkertijd, neemt het aantal gekwalificeerde professionals af. Deze problemen lossen we echter niet op met kleine verbeteringen die leiden tot een optimalisatie van datgene wat we al deden. Voor het toegankelijk, betaalbaar houden van goede zorg zijn radicalere oplossingen nodig die gaan over de vraag hoe het “anders” kan in plaats van “beter”. Digitale technologie kan hierbij als aanjager (enabler) en hulpmiddel worden gezien, mits op een gestructureerde en systematische wijze ingezet. Dit betekent dat er aandacht dient te zijn voor de aspecten richten, inrichten en verrichten.

Richten van innovatie

Bij het richten van innovatie is de centrale vraag wat we met innovatie willen bereiken? Innovatie start met het helder definiëren van wat er onder “innovatie” wordt verstaan. Gaat innovatie alleen over het anders inrichten van het zorgproces en/of zorgroutines? Of kan er ook worden geïnnoveerd in ondersteunende diensten zoals bijvoorbeeld HR en opleiden? Op welke type innovaties gaan we ons voornamelijk richten? En welke vraagstukken willen we met innovatie oplossen? Maar ook rijst de vraag of we ons vooral op verbeteringen (incrementele innovaties) willen richten of juist op radicale innovaties? Uiteraard alles afgestemd op de richting van de organisatie zodat innovatie de organisatie ondersteunt in het bereiken van de uitgestippelde koers. In deze stap gaat het dus voornamelijk over het bepalen van de gezamenlijke waarden en voorwaarden. Beide scheppen het kader voor het inrichten van de innovatie.

Voor het toegankelijk, betaalbaar houden van goede zorg zijn radicalere oplossingen nodig die gaan over de vraag hoe het “anders” kan in plaats van “beter”. – Tom Brandsma, John Rietveld

Inrichten van innovatie

Nadat de innovatierichting is gekozen kan worden gestart met de fase van inrichten. In deze fase wordt vooral aandacht besteed aan de aspecten die nodig zijn om binnen de gestelde kaders te kunnen bewegen. Hierbij hebben we speciale aandacht voor het innovatievermogen van de organisatie. Met innovatievermogen refereren wij naar de capaciteit van de organisatie om te “willen” en “kunnen” innoveren. Het innovatievermogen van een organisatie vormt de spreekwoordelijke “motor” voor innovatie. Aspecten als leiderschap, cultuur en sturing vervullen hierbij een belangrijke rol. Denk bij leiderschap bijvoorbeeld aan de houding van het management ten aanzien van innovatie of de mate waarin innovatieprojecten met een hoog risico worden opgepakt of vermeden. Bij cultuur kan worden gedacht aan de mate waarin de organisatie medewerkers de ruimte geeft om met ideeën te komen en/of te experimenteren. Bij sturing gaat het bijvoorbeeld om de vraag hoe op innovatie-activiteiten wordt gestuurd? Door het innovatievermogen middels een innovatiescan in kaart te brengen en medewerkers daarbij te betrekken kunnen direct gezamenlijke acties worden opgepakt.

Verrichten van innovatie

Bij het verrichten gaat het om het daadwerkelijk gebruik van een innovatie in de praktijk. Een belangrijke voorwaarde bij het experimenteren, implementeren en borgen van innovatie is de verbinding met het primaire proces. In de praktijk zien we de inzet van innovatie ambassadeurs hierbij veelvuldig terug. Een innovatie ambassadeur is een zorg of welzijnsprofessional die kennis heeft over innoveren in de zorg. Iemand die naast zijn functie als zorg- of welzijnsmedewerkers ook de rol van innovatie ambassadeur in het team vervult. De innovatie ambassadeur houdt zich bezig met experimenteren en het inbedden en borgen van innovaties in werkprocessen en dagelijkse werkroutines. Hierbij worden de ervaren wensen en pijnpunten van de eindgebruiker en belangrijke trends en ontwikkelingen als uitgangspunt gebruikt. Maar ook heeft de innovatie ambassadeur aandacht voor het realiseren van de voorwaarden. Voorwaarden die nodig zijn voor een veilig, doelmatig en doeltreffend gebruik van een innovatie bij de eindgebruiker.

Een veel genoemde uitdaging in de fase van verrichten is die van “de waan van alle dag”. Hoe geef je als organisatie voldoende aandacht aan de exploratie (overmorgen), terwijl je ook de huidige bewoners/cliënten/patiënten van goede zorg wilt voorzien (exploitatie). Een fenomeen dat ook wel “ambidexterity” wordt genoemd. Door de tekorten aan gekwalificeerd personeel ligt de focus vandaag de dag nog (te) vaak op de exploitatie. Organisaties moeten bij de fase van inrichten dus ook goed nadenken over de vraag hoe voldoende tijd en ruimte kan worden gecreëerd om vanuit het primaire proces mee te werken aan innovatie. Als je als organisatie blijft doen wat je altijd deed, krijg je wat je altijd kreeg. En dat is in deze tijd onvoldoende!

Iteratief en continu proces

De bovenstaande stappen kennen een cyclisch karakter. Immers, op basis van de fase van verrichten worden resultaten bereikt en of ervaringen opgedaan. Maar ook worden er fouten gemaakt en successen geboekt. Deze ervaringen en inzichten kunnen worden gebruikt om bijvoorbeeld aspecten van het richten of inrichten bij te stellen en of opnieuw ter discussie te stellen. Maar ook opkomst van nieuwe technologieën en veranderende klantwensen kunnen leiden tot (noodzakelijke) aanpassingen.

Dit artikel is geschreven door John Rietman MSc, Zorginnovator en door Tom Brandsma MA, Eigenaar TBinnovators.