Nevi PMI® 51.3 | Voor het eerst in 20 maanden in de plus

Zeist – Het PMI-cijfer steeg van 49.7 in maart naar 51.3 in april, de eerste verbetering van de bedrijfsomstandigheden sinds augustus 2022. Deze stijging was het gevolg van een grotere groei van de productieomvang, het aantal nieuwe orders en de werkgelegenheid.


De PMI®-gegevens voor april lieten voor het eerst in twintig maanden een verbetering zien van de bedrijfsomstandigheden in de Nederlandse industrie. Dit was het gevolg van een verbetering van de vraag, hogere productievolumes en meer personeelswerving. De voorraad ingekochte materialen daalde in april in grotere mate dan de maand ervoor, maar dit was vooral het gevolg van inspanningen van bedrijven om door voorraadplanning kosten te besparen. De vooruitzichten voor de toekomstige productieomvang waren uitermate positief en daarmee steeg het bedrijfsvertrouwen naar het hoogste niveau in zesentwintig maanden. De inkoopkosten namen voor de eerste keer toe sinds februari vorig jaar, al was deze stijging beperkt.

De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector is een samengestelde indicator die met één cijfer de stand van zaken in de productiesector weergeeft en wordt samengesteld aan de hand van indicatoren voor nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen. Het PMI-cijfer steeg van 49.7 in maart naar 51.3 in april, de eerste verbetering van de bedrijfsomstandigheden sinds augustus 2022. Deze stijging was het gevolg van een grotere groei van de productieomvang, het aantal nieuwe orders en de werkgelegenheid.

Er werd melding gemaakt van een verbetering van de vraag, wat leidde tot de tweede stijging op rij van het aantal nieuwe orders dat bij de Nederlandse productiebedrijven werd geplaatst. Deze stijging was bovendien fors en de grootste in twee jaar, waarbij sommige panelleden aangaven dat zij nieuwe klanten hadden aangetrokken. De buitenlandse vraag was wederom aanzienlijk, al bleef deze wel onder die van maart toen het hoogste niveau werd bereikt in drieëntwintig maanden.

De bedrijven reageerden met productieverhogingen op het grotere aantal orders in april. De productiegroei was matig en het grootst in bijna twee jaar, maar bleef net onder het onderzoek gemiddelde op lange termijn.

Ondanks de grotere vraag, daalden de inkoopactiviteiten bij de productiebedrijven. Sommige bedrijven maakten melding van bewuste voorraadverkleining. De daling was echter gering en het kleinst in vijftien maanden. De voorraad ingekochte materialen daalde in april ondertussen fors en in grotere mate dan vorige maand.

Evenals in de afgelopen zestien maanden, was er in april opnieuw sprake van een verbetering van de prestatie van leveranciers. De gegevens lieten zien dat dit met name het gevolg was van een minder grote druk op de productiecapaciteit bij leveranciers.

De Nederlandse producenten namen in april voor de derde achtereenvolgende maand meer personeel aan. Er waren aanwijzingen dat sommige bedrijven vaste, fulltime krachten aannamen ter ondersteuning van hun uitbreidingsplannen.

Tegelijkertijd was de hoeveelheid onvoltooid of nog niet uitgevoerd werk opnieuw kleiner: de vijftiende afname op rij. Deze aanhoudende daling was het gevolg van een combinatie van grotere inspanningen om de achterstanden weg te werken en kortere levertijden voor materialen.

Na iets meer dan een jaar waarin de inkoopprijzen daalden, was er in april vanwege de hogere grondstof- en loonkosten weer sprake van kosteninflatie in de productiesector.

De hogere inkoopkosten werden aan de klanten doorberekend en de verkoopprijzen waren voor de vierde achtereenvolgende maand hoger. De verkoopprijsinflatie was het hoogst in iets meer dan een jaar, maar bleef onder het historische gemiddelde van dit onderzoek.

Tot slot was het zakelijke vertrouwen in april opnieuw groter. De bedrijven gingen uit van een verbetering van de vraag en het starten van nieuwe projecten ter ondersteuning van de productieomvang in het komende jaar. Het optimisme was bovendien groter dan vorige maand en het grootst in meer dan twee jaar.


Meer informatie over de Nevi PMI®

Op iedere eerste werkdag van de maand publiceert Nevi, in samenwerking met ABN AMRO, het nieuwste Nevi PMI® cijfer opgesteld door S&P. De Nevi PMI® voor de Nederlandse productiesector is een samengestelde indicator die met één cijfer de stand van zaken in de productiesector weergeeft en wordt samengesteld aan de hand van indicatoren voor nieuwe orders, productieomvang, werkgelegenheid, levertijden en voorraad ingekochte materialen. De indexen variëren tussen 0 en 100, waarbij een cijfer boven de 50 wijst op een toename ten opzichte van de vorige maand, en een cijfer onder de 50 op een daling. De Nevi PMI® wordt opgesteld aan de hand van maandelijkse vragenlijsten die circa 350 inkoopmanagers uit Nederland invullen.